nl fr
Officiële informatie en diensten: belgium.be
Logo of the Belgian Federal Authorities

studiocolibri

Documentatie Activiteit 2

Voorbereiding en transport van het orgaan voordat het bij de ontvanger aankomt

Elke stap van dit proces is gericht op het verzekeren van de veiligheid en het succes van de transplantatie. De nauwe samenwerking tussen de medische teams en de aandacht voor detail zorgen ervoor dat de organen in de best mogelijke staat bij de ontvanger aankomen.

De voorbereiding van een orgaan voordat het bij de ontvanger aankomt omvat verschillende cruciale stappen om de kwaliteit, veiligheid en levensvatbaarheid te waarborgen.
Het typische proces voor de voorbereiding van organen die bestemd zijn voor transplantatie ziet er als volgt uit:

  1. Uitname van het orgaan

    Het uitnemen van een orgaan gebeurt onder strikte chirurgische omstandigheden door een team van gespecialiseerde chirurgen. De organen worden zo snel mogelijk uitgenomen na de bevestiging van hersendood of hartdood van de donor. Tijdens deze procedure worden de organen gespoeld met een bewaaroplossing om hun levensvatbaarheid te behouden.

De maximale tijd tussen de uitname en de transplantatie is:

  • 4 uur voor een hart
  • 10 uur voor longen
  • 12 uur voor een lever
  • 12 uur voor een alvleesklier
  • 6 uur voor de dunne darm
  • 24 uur voor nieren 

Dit is de tijd waarin het orgaan in een “optimale conditie”  kan worden gehouden.

  1. Evaluatie van het orgaan
    Nadat het is uitgenomen, wordt het orgaan kwalitatief  beoordeeld. Door bloedafnames kan men preventief nakijken of er een verminderde functie is van het orgaan of een komende kans op infectie. Bijvoorbeeld, in het geval van een nier wordt de nierfunctie getest.
  2. Het vinden van een ontvanger
    Terwijl de donor wordt voorbereid, start Eurotransplant de zoektocht naar de meest compatibele ontvanger. 
  3. Bewaring en transport
    De organen moeten snel worden vervoerd van het donorcentrum naar het transplantatiecentrum. Tijdens het transport worden de organen onder optimale omstandigheden bewaard om schade te minimaliseren en hun levensvatbaarheid te verlengen. Ze worden geplaatst in speciale containers met ijs en bewaaroplossingen om een koele en stabiele temperatuur te handhaven.
  4. Voorbereiding van de ontvanger
    Tegelijkertijd met de voorbereiding en het transport van het orgaan, wordt de ontvanger ook voorbereid op de transplantatie. Dit omvat een volledige medische evaluatie, compatibiliteitstests en de voorbereiding voor de operatie. De patiënten kunnen ook immunosuppressiva krijgen om het risico van afstoting te verminderen.
  5. Transplantatie
    Zodra het orgaan in het transplantatiecentrum is aangekomen, wordt het onmiddellijk voorbereid voor de operatie. Chirurgen voeren de transplantatie uit met behulp van specifieke technieken voor elk type orgaan. Het proces moet snel en nauwkeurig zijn om de kans op succes te maximaliseren.

Nazorg na transplantatie
Na de transplantatie wordt de ontvanger nauwlettend in de gaten gehouden om tekenen van afstoting, infectie of andere complicaties op te sporen. Voortdurende medische opvolging is essentieel om het succes op lange termijn van de transplantatie te waarborgen.

Documentatie Activiteit 2

Wanneer kan een patiënt een orgaan krijgen ?


De criteria om als patiënt een orgaan te krijgen, hangt af van verschillende medische, sociale en logistieke factoren. Dit zijn de belangrijkste aspecten om te overwegen:

  1. Medische noodzaak: Dit is het belangrijkste criterium. Patiënten met falende organen of ernstige ziekten die hun organen aantasten, kunnen kandidaten zijn voor een transplantatie.
  2. Medische beoordeling: Patiënten moeten een volledige evaluatie ondergaan om te bepalen of ze gezond genoeg zijn om de transplantatieoperatie en de daaropvolgende immunosuppressieve behandelingen te doorstaan. Dit omvat tests om de functie van andere organen te controleren, de aanwezigheid van infecties of ziekten, en een algemene beoordeling van de gezondheidstoestand.
  3. Compatibiliteit: Ontvangers moeten compatibel zijn met potentiële donoren wat betreft bloedgroep en weefseltypering. Deze compatibiliteit speelt een cruciale rol bij het minimaliseren van het risico van orgaanafstoting.
  4. Beschikbaarheid van organen: De ontvanger moet op een nationale wachtlijst staan, waarbij de toewijzing van organen plaatsvindt op basis van verschillende criteria, zoals de ernst van de ziekte, de wachttijd, compatibiliteit en andere logistieke factoren.
  5. Psychologische voorbereiding: Kandidaten voor transplantatie moeten worden geëvalueerd op hoe ze zullen omgaan met de veranderingen die gepaard gaan met de transplantatie. Dit omvat een psychologische evaluatie om ervoor te zorgen dat ze de risico’s en verantwoordelijkheden die horen bij het transplantatieproces, begrijpen.
  6. Naleving van de behandeling: Ontvangers moeten zich ertoe verbinden levenslang de immunosuppressieve behandeling te volgen en zich te houden aan de medische aanbevelingen om orgaanafstoting te voorkomen.
  7. Specifieke criteria voor bepaalde organen: Elk type transplantatie heeft andere criteria. Voor een niertransplantatie kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de resterende nierfunctie, terwijl voor een harttransplantatie de ernst van hartfalen een belangrijke factor is.

De wachtlijsten voor orgaantransplantaties worden nationaal beheerd, en het toewijzingsproces houdt rekening met vele factoren om ervoor te zorgen dat de organen worden gegeven aan degenen die ze het meest nodig hebben.

Documentatie Activiteit 2

Wat is Eurotransplant ?

België heeft ervoor gekozen om samen te werken met Eurotransplant.

Eurotransplant is een internationale organisatie die een cruciale rol speelt in het veld van orgaantransplantaties in Europa. Opgericht in 1967 door Professor J.J. Van Rood, de hoofdzetel gevestigd in Leiden, Nederland. Deze non-profit organisatie is verantwoordelijk voor de coördinatie en verdeling van organen voor transplantaties tussen verschillende Europese landen.

Internationale Coördinatie:
Eurotransplant coördineert de activiteiten rondom orgaandonatie en -transplantatie in acht Europese landen: Oostenrijk, België, Kroatië, Duitsland, Hongarije, Luxemburg, Nederland en Slovenië. Dit maakt het mogelijk om organen uit te wisselen tussen deze landen, wat de kansen vergroot om compatibele ontvangers te vinden.


De belangrijkste missies van Eurotransplant zijn:

  1. Beheer van wachtlijsten
    De organisatie beheert een gecentraliseerde wachtlijst voor elk type orgaan (hart, nier, lever, long, alvleesklier en darmen). Patiënten die een transplantatie nodig hebben, worden op deze lijsten gezet door hun behandelende arts. De verdeling van organen is gebaseerd op medische criteria, zoals bloed- en weefselcompatibiliteit, de ernst van de ziekte, de urgentie van de transplantatie, de positie op de wachtlijst, en andere factoren.
  2. Toewijzing van organen
    Eurotransplant gebruikt algoritmen en gevestigde procedures om organen op een eerlijke en transparante manier toe te wijzen, gebaseerd op medische criteria. Deze procedures zijn bedoeld om de kansen op succesvolle transplantaties te maximaliseren en tegelijkertijd een eerlijke verdeling van beschikbare organen te garanderen. Het is in Leiden, bij het hoofdkantoor van Eurotransplant, dat de medische, serologische en administratieve gegevens van patiënten op de wachtlijst worden gecentraliseerd voor de selectie van de beste kandidaat voor transplantatie wanneer een orgaan beschikbaar is.
  3. Ondersteuning voor onderzoek en onderwijs
    Naast de coördinatie van orgaandonaties draagt Eurotransplant bij aan onderzoek naar orgaantransplantatie en aan het onderwijs van zorgprofessionals. De organisatie deelt gegevens en onderzoeksresultaten om transplantatiepraktijken te verbeteren.
  4. Internationale samenwerking
    Eurotransplant werkt nauw samen met andere internationale organisaties en instanties om orgaandonatie te bevorderen en transplantaties te vergemakkelijken. Dit helpt om het aantal potentiële donoren uit te breiden en de resultaten van transplantaties te verbeteren, vooral voor zeldzame gevallen zoals een pasgeborene waarvoor het moeilijk is een donor te vinden.
  5. Werking
    Binnen de landen van Eurotransplant, telkens wanneer een donor wordt geïdentificeerd, neemt de transplantatiecoördinator waar de persoon is overleden contact op met Eurotransplant.

    Hij of zij geeft de medische kenmerken van de donor door. Zodra de ontvanger is geïdentificeerd, informeert Eurotransplant de transplantatiecoördinator van het centrum waar de transplantatie moet plaatsvinden.

    Eurotransplant zal alle nuttige informatie communiceren aan de transplantatiecoördinator (tijdstip van uitname, afstand tussen de donor en de ontvanger, vervoermiddelen van het orgaan, enz.).

    Wanneer de transplantatie is uitgevoerd, informeert de transplantatiecoördinator Eurotransplant, die vervolgens de patiënt die net getransplanteerd is van de wachtlijst verwijdert.

Organen worden door Eurotransplant verdeeld, maar bijvoorbeeld het hart, de longen, de lever en de alvleesklier zullen eerst in België worden aangeboden. Alleen bij zeer dringende vraag kunnen deze naar het buitenland worden gestuurd. België een orgaan uit het buitenland ontvangen in geval van dringende vraag. Solidariteit tussen de landen is nodig om te voorkomen dat patiënten op de wachtlijst overlijden.

Documentatie Activiteit 4

Voor of tegen ? Wat zegt de wet over orgaandonatie in België ?

Sinds 13 juni 1986 heeft België een wet over orgaandonatie. Deze wet is gebaseerd op het principe van veronderstelde toestemming. Dit betekent dat, tenzij anders aangegeven, iedereen na overlijden wordt beschouwd als een potentiële orgaandonor. Voor degenen die zeker willen zijn dat hun wil wordt gerespecteerd, wordt aangeraden om zich te registreren om aan te geven of men voor orgaandonatie is, of juist tegen. Daarnaast kan het helpen om te praten met de familie over hun intenties om misverstanden te vermijden op het moeilijk moment.

Deze wetgeving heeft als doel het aantal beschikbare organen en menselijk lichaamsmateriaal (zoals hartkleppen, hoornvliezen, huid, botten, …) voor transplantaties te verhogen, terwijl de individuele rechten van burgers worden gerespecteerd.

De belangrijkste aspecten van deze wet zijn:

  1. Veronderstelde toestemming : Elke persoon die in België is geregistreerd (dat wil zeggen, opgenomen in het bevolkingsregister of minstens 6 maanden in het vreemdelingenregister staat) en overleden is, kan potentieel een orgaandonor worden, tenzij hij of zij expliciet zijn of haar weigering om organen te doneren voor zijn of haar dood heeft uitgesproken.
  2. Registratie van weigering of expliciete toestemming : Burgers kunnen hun wensen met betrekking tot orgaan- en weefseldonatie op drie verschillende manieren registreren: online op de website Mijngezondheid.be, bij hun huisarts of bij de gemeente van hun woonplaats. Een persoon kan toestemming geven of weigeren om zijn organen te doneren na zijn of haar overlijden. Deze registratie kan ook specifieke voorkeuren bevatten met betrekking tot de donatie van vitale organen en weefsels.

Er zijn vier opties met betrekking tot donatie: 


1. De donatie van vitale organen, namelijk het hart, de longen, de lever, de nieren, de alvleesklier en de darmen, met als doel levens te redden en te verbeteren.
2. De donatie van menselijk lichaamsmateriaal, zoals hartkleppen, hoornvliezen, huid, botten… voor transplantatiedoeleinden naar een andere persoon.
3. De donatie van menselijk lichaamsmateriaal om te helpen bij de ontwikkeling van innovatieve therapieën. Dit omvat de ontwikkeling van nieuwe behandelingen of medicijnen gericht op het genezen van bepaalde ziekten, zoals bij Alzheimer of bepaalde kankers.
4. De donatie van menselijk lichaamsmateriaal om bij te dragen aan wetenschappelijk onderzoek. Dit kan bijvoorbeeld het nemen van een tumor, een lymfeklier, een aangetast leverkwabje of kankercellen omvatten, die vervolgens door onderzoekers kunnen worden geanalyseerd om de oorzaken van een ziekte beter te begrijpen en nieuwe behandelingen te ontwikkelen. 

  1. Rol van de familie: Hoewel toestemming wordt verondersteld, raadplegen artsen de familie van de overledene. Als de familie bezwaar maakt, kan de orgaandonatie niet doorgaan. Als de overledene zijn of haar keuze niet heeft geregistreerd, vraagt de arts aan de familie of ze de wensen van de overledene kennen.
  2. Wetgeving voor minderjarigen: Voor minderjarigen is de toestemming van de ouders of wettelijke voogden vereist voor orgaandonatie. Natuurlijk, kan een ouder of een wettelijke voogd van een minderjarige ook een weigering ondertekenen. Zodra de persoon 18 jaar is, kan hij of zij zelf een keuze maken en registreren. 
  3. Transparantie en anonimiteit: Orgaandonatie is anoniem en niet betaald, wat betekent dat de families van de donor en de ontvanger elkaar over het algemeen niet kennen en dat de donatie gratis is.
  4. Medische en farmaceutische kosten: De kosten worden NIET gedragen door de familie van de donor, maar door de ziekteverzekering. 


Enkele cijfers 

1453Patiënten op de actieve orgaanwachtlijst op 1 januari 2024
1045Nieuwe patiënten op de wachtlijst in 2023
1060Orgaantransplantaties van overleden donoren in 2023
11.754.000Inwoners in België
Documentatie Activiteit 1

Welke weefsels kunnen worden getransplanteerd ?

Naast organen kunnen verschillende soorten weefsels ook worden getransplanteerd om verschillende medische aandoeningen of verwondingen te behandelen. Weefseltransplantaties hebben uiteenlopende toepassingen en de weefsels die worden getransplanteerd zijn meestal afkomstig van overleden donoren. Enkele van de meest voorkomende getransplanteerde weefsels:

  1. Hoornvlies
    Hoornvliestransplantatie is een van de meest voorkomende weefseltransplantaties. Het wordt gebruikt om het gezichtsvermogen te herstellen bij mensen met hoornvliesproblemen, zoals littekens, zweren of andere beschadigingen.
  2. Bot en kraakbeen
    Bot- en kraakbeentransplantaties worden gebruikt voor orthopedische chirurgie, zoals gewrichtsreconstructie, vervanging van botsegmenten, of de behandeling van complexe fracturen. Bottransplantaties kunnen ook helpen om structuren te versterken na grote operaties.
  3. Pees en ligamenten
    Transplantaties van pezen en ligamenten worden vaak gebruikt om sportblessures of scheuren te herstellen. Bijvoorbeeld, de reconstructie van de voorste kruisband (VKB) kan worden uitgevoerd met behulp van donorweefsel.
  4. Huid
    Huidtransplantaties worden voornamelijk gebruikt voor de behandeling van ernstige brandwonden of uitgebreide huidschade. Ze kunnen ook worden gebruikt om de genezing van wonden te bevorderen.
  5. Hartkleppen
    Transplantaties van hartkleppen zijn een alternatief voor kunstmatige kleppen voor patiënten die reparatie of vervanging van beschadigde kleppen nodig hebben.
  6. Bloedvaten
    Bloedvattransplantaties worden gebruikt voor revascularisatiechirurgie of vasculaire reconstructies.
  7. Amnionmembranen
    Amnionmembranen, afkomstig van de menselijke placenta, kunnen worden gebruikt voor weefseltransplantaties, vooral in oogheelkundige chirurgie of om de wondgenezing te bevorderen.

Weefseltransplantaties, net als orgaantransplantaties, vereisen strikte veiligheidsprotocollen om ervoor te zorgen dat getransplanteerde weefsels geen risico op infectie of afstoting opleveren. De voorbereidings- en bewaarmethoden van weefsels zijn ontworpen om de levensvatbaarheid en veiligheid van de getransplanteerde weefsels te waarborgen. Ontvangers van weefseltransplantaties kunnen ook regelmatig medisch toezicht nodig hebben om het succes van de transplantatie te garanderen.

Documentatie Activiteit 1

Welke organen kunnen worden getransplanteerd ?

Veel organen kunnen worden getransplanteerd om ernstige ziekten of orgaanfalen te behandelen. Hieronder is een lijst van de belangrijkste organen die kunnen worden getransplanteerd. 

  1. Nier
    De nier is het meest getransplanteerde orgaan. Niertransplantaties komen vaak voor bij mensen met terminale nierinsufficiëntie of chronische nierziekten die regelmatige dialyse vereisen.
  2. Lever
    De lever kan ook worden getransplanteerd. Levertransplantaties worden gebruikt om ziekten zoals cirrose, hepatitis, of leverkanker te behandelen. De lever heeft het bijzondere vermogen om gedeeltelijk te worden getransplanteerd, waardoor donatie door een levende donor mogelijk is.
  3. Hart
    Harttransplantaties zijn noodzakelijk voor patiënten met ernstig hartfalen of onomkeerbare hartaandoeningen. Ze kunnen het leven redden van patiënten die niet reageren op conventionele medische behandelingen.
  4. Long
    Longtransplantaties worden gebruikt om ernstige longaandoeningen te behandelen, zoals longfibrose of chronische obstructieve longaandoening (COPD). Men kan een of twee longen transplanteren, afhankelijk van de behoeften van de patiënt.
  5. Alvleesklier
    Alvleeskliertransplantaties worden meestal uitgevoerd bij patiënten met ernstig type 1-diabetes, vaak in combinatie met een niertransplantatie. Dit kan helpen de insulineproductie te herstellen en de diabetescontrole te verbeteren.
  6. Darmen
    Darmtransplantaties komen minder vaak voor, maar kunnen nodig zijn voor patiënten met ernstige darmproblemen, zoals de ziekte van Crohn.
  7. Multiviscerale Transplantaties
    Multiviscerale transplantaties omvatten de transplantatie van meerdere buikorganen, zoals de lever, darmen, alvleesklier, en andere, meestal in gevallen van complexe ziekten of kanker.

Elk type transplantatie vereist specifieke procedures en criteria. Organen kunnen afkomstig zijn van overleden donoren of levende donoren, afhankelijk van het type orgaan en de toestand van de ontvanger. Het succes van de transplantatie hangt af van veel factoren, waaronder compatibiliteit, medische nazorg, en de naleving van de behandelingen na de transplantatie.

Documentatie Activiteit 2

Hoe verloopt de procedure van donatie tot transplantatie ?


De procedure voor donatie en transplantatie is complex en bestaat uit verschillende belangrijke stappen om de veiligheid van de ontvanger en het succes van de transplantatie te waarborgen. Een overzicht van het proces in België:

  1. Identificatie van de donor
    Het proces begint met het identificeren van een potentiële orgaandonor. Dit gebeurt meestal wanneer iemand hersen-  of hartdood is in een ziekenhuis op een kritieke dienst. De arts informeert de transplantatiecoördinator van het transplantatiecentrum waarmee hij of zij samenwerkt. Deze laatste controleert eerst het Nationaal Register om te zien of er geen bezwaar is gemaakt. Als er geen bezwaar is in het register, controleert de zorgverlener of er op geen enkele andere manier bezwaar is gemaakt. Hiervoor wordt contact opgenomen met de familie. In alle gevallen wordt de wens van de donor strikt gerespecteerd.
  2. Doodverklaring
    De diagnose van hersendood of hartdood wordt gedateerd en ondertekend door drie verschillende artsen die niet behoren tot het transplantatieteam. Het is verplicht dit document op te nemen in het medisch dossier en dat 10 jaar bewaard moet worden. 

Wat is het verschil tussen hersendood en hartdood ?
Hersendood verwijst naar de onomkeerbare stopzetting van alle hersenfuncties die vitale functies zoals ademhaling en basisreflexen controleren. Personen die hersendood zijn, kunnen niet zelfstandig ademen, hebben geen hersenreflexen, en vertonen geen meetbare hersenactiviteit. Hersendood is vaak het gevolg van een ernstig hoofdtrauma, een langdurige hartstilstand of een groot herseninfarct.

Hartdood, of hartstilstand, treedt op wanneer het hart stopt met kloppen en er geen bloed meer naar de organen, inclusief de hersenen, stroomt. Hartdood leidt snel tot zuurstofgebrek in de hersenen, wat tot hersendood leidt.

  1. Evaluatie van de donor
    Zodra de expliciete of impliciete toestemming is bevestigd, wordt een grondige medische evaluatie uitgevoerd om te bepalen welke organen geschikt zijn voor donatie. Dit omvat tests om de afwezigheid van overdraagbare ziekten, kankers of andere aandoeningen te controleren die de veiligheid van de ontvanger in gevaar zouden kunnen brengen. In samenwerking met het lokale donatieteam bekijkt de transplantatiecoördinator het volledige dossier van de patiënt:
  • Medische en familiale voorgeschiedenis,
  • Bloedresultaten,
  • Vitale en fysieke parameters,
  • Laatste behandelingen en medicatie, enzovoort. 

Zodra alle informatie is verzameld, wordt een “donordossier” samengesteld om contact op te nemen met Eurotransplant. Dit werk wordt nauwgezet uitgevoerd in samenwerking met artsen en verpleging van de dienst waar de donor is opgenomen.

  1. Zoektocht naar een compatibele ontvanger
    Wanneer de beschikbare organen zijn geïdentificeerd, zoekt Eurotransplant naar de meest geschikte ontvanger op basis van medische urgentie, wachttijd, compatibiliteit, zoals bloedgroep en weefseltypering. 
  2. Verwijderen van de organen

    Het verwijderen van organen gebeurt onder strikte chirurgische omstandigheden om de veiligheid en kwaliteit van de organen te garanderen. Bij het verwijderen zullen de chirurgen steeds de thoracale organen eerst wegnemen en nadien de abdominale organen. Dit omdat de thoracale organen het snelst moeten getransplanteerd worden. De organen worden vervolgens snel vervoerd naar de ziekenhuizen waar de ontvangers zich bevinden.

    De transplantatiecoördinator zorgt voor de coördinatie, rekening houdend welke bruikbare organen, de planning, en soms de instabiliteit van de donor. Hij of zij werkt mee in de operatiezaal en begeleidt de externe teams. Hij of zij is de schakel tussen het donor team en de transplantatieteams.

    Aan het einde van de donor procedure stelt de chirurg een gedetailleerd verslag op van de anatomie van de uitgenomen organen voor transplantatie, bedoeld voor de chirurgische teams die de transplantaties zullen uitvoeren.

    Nadat de bruikbare organen zijn verwijderd, gaan de teams die verantwoordelijk zijn voor weefseldonatie (botten, huid, hoornvliezen, enz.) verder met hun procedure als er geen bezwaar is.

    Het is ook de verantwoordelijkheid van de coördinator om de verpakking van de organen en de organisatie van het transport naar de transplantatiecentra te beheren.
  3. Transplantatie

    De transplantatie wordt uitgevoerd door gespecialiseerde chirurgen in orgaantransplantatie. De operatie hangt af van het type orgaan dat wordt getransplanteerd (hart, nier, lever, long, enz.), maar omvat meestal het verwijderen van het zieke orgaan van de ontvanger en het vervangen door dat van de donor. Na de transplantatie wordt de ontvanger op de intensieve zorgen verder opgevolgd en de medicatie tegen afstoting opgestart. 
  4. Post-transplantatiezorg

    Nazorg is cruciaal voor het succes van de transplantatie. Ontvangers moeten levenslang immunosuppressieve medicijnen nemen om orgaanafstoting te voorkomen. Ze worden ook onderworpen aan regelmatige controles om hun gezondheid te bewaken en te detecteren op tekenen van afstoting of complicaties.
  1. Psychologische en sociale ondersteuning

    Het transplantatieproces kan stressvol zijn voor de ontvanger en zijn of haar familie. Psychologische en sociale ondersteuning wordt vaak aangeboden om ontvangers te helpen zich aan te passen aan hun nieuwe leven met een getransplanteerd orgaan.

Elke stap van het proces is ontworpen om de veiligheid en het succes van de transplantatie te waarborgen, evenals om de wensen van de donor te respecteren en de behoeften van de ontvanger te vervullen.

Documentatie Activiteit 3

Wat zijn de criteria om donor te zijn?

Naast de veronderstelde toestemming zijn er criteria en voorwaarden die bepalen of iemand donor kan zijn. Dit zijn de belangrijkste elementen:

  1. Gezondheidstoestand: Om orgaandonor te kunnen zijn, moet de persoon in goede algemene gezondheid verkeren. Bepaalde ziekten of medische aandoeningen kunnen donatie onmogelijk maken. Bijvoorbeeld, bepaalde acute infectieziekten (bv. COVID) of kankers kunnen contra-indicaties zijn voor orgaandonatie.
  2. Overlijden: Men kan zowel hersendood als hartdood donor zijn. De potentiële donor is meestal opgenomen op een kritische dienst (spoedopname, intensieve zorgen, operatiezaal, …) in het ziekenhuis.  
  1. Leeftijd: Er is geen strikte leeftijdsgrens voor orgaandonatie. Wat telt, is de biologische staat van de organen en hun levensvatbaarheid. Organen van oudere mensen kunnen worden gebruikt als hun werking adequaat is. Gewicht en grootte spelen ook een rol, vooral voor organen zoals het hart, lever en longen. Een klein hart past misschien niet in een grote persoon, en omgekeerd.
  2. Toestemming van de familie: Hoewel toestemming wordt verondersteld, raadplegen artsen vaak de familie van de overledene. Het is belangrijk dat de arts informeert naar de wens van de overledene. Bij het overlijden van de persoon moet de databank voor orgaandonatie en menselijk lichaamsmateriaal geraadpleegd worden. Als de persoon zijn wensen niet heeft geregistreerd wordt de vraag naar de wil van de overledene aan de familie gesteld. In dit emotioneel moment kan deze keuze voor hen moeilijk zijn. Daarom is het belangrijk om je keuzes te registreren.
  3. Levende donoren: Naast donatie na overlijden kunnen sommige mensen een orgaan geven tijdens hun leven, zoals een nier of een deel van de lever. In deze gevallen gelden specifieke criteria, waaronder een grondige medische en psychologische evaluatie.

Met betrekking tot levende donatie vereist de wet dat de donor 18 jaar of ouder is en ermee instemt. De arts zal de donor steeds informeren over de fysieke, psychologische, familiale en sociale gevolgen. Deze beslissing moet door de donor vrij en bewust gegeven worden. Dit moet schriftelijk gebeuren, in het bijzijn van een volwassen getuige, en met een altruïstisch doel.
De toestemming kan op elk moment worden ingetrokken.
Het is belangrijk te vermelden dat het de verantwoordelijkheid is van de arts die de uitname overweegt, om ervoor te zorgen dat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan (bijv.: bewijs van toestemming, altruïstisch doel van de donatie, leeftijd van de donor, enz.).
De wet bepaalt dat een levende donor die een nier of een stuk lever doneert voor transplantatie recht heeft op tien jaar gratis medische nazorg.

  1. Compatibiliteit: De compatibiliteit tussen donor en ontvanger is een andere cruciale voorwaarde. Dit betreft de bloedgroep, weefseltypering en andere medische factoren. Dit is essentieel om het risico op afstoting door de ontvanger te verminderen.